Toegankelijkheid: hoe de overheid de plank mis slaat

De lichte paniek die heerst in overheidsland over de hoeveelheid websites die (niet) voldoen aan de Webrichtlijnen is een bijzonder gegeven. Hoewel minimaal 800 overheidswebsites zouden moeten voldoen, zijn er op dit moment slechts 30 sites met het logo. Bijzonder is dat niet al deze sites verplicht zijn te voldoen aan de webrichtlijnen, maar sommige (dus niet-overheid) partijen zelf deze keuze hebben gemaakt. Uit morele overwegingen, of in naam der wetenschap. Waarom zij wel, en zoveel anderen niet. Waar gaat het mis?

Ik heb het idee dat enerzijds de noodzaak ontbreekt, omdat de wetgeving rondom de webrichtlijnen niet-structureel en onvoldoende is gewaarborgd. Je kunt er blijkbaar goed mee wegkomen de eis aan je laars te lappen als overheidsinstantie, want per 1 december 2010 hadden al deze sites al meoten voldoen aan de Webrichtlijnen. Anderzijds is er simpelweg onvoldoende intrinsieke motivatie bij opdrachtgevers en -nemers om aan de slag te gaan met deze richtlijnen. Men is al bijzonder trots als men voldoet aan Prio 1 van WCAG1, wat feitelijk niets meer is dan een eenvoudige kwaliteitscontrole van je eigen werkzaamheden (met uitzondering van de richtlijnen voor video, waarover meer bij ‘Pragmatisme ontbreekt’). Het zou ieders en dus ook jouw eigen standaard moeten zijn!

Alles of niets

Liever alle Nederlandse websites 80% toegankelijk, dan 30 sites 100%

In gesprekken met opdrachtgevers, partners en mijn front-end broeders is de “Alles of niets”-aanpak het meestgehoorde pijnpunt. De webrichtlijnen bestaan uit 125 richtlijnen, die zijn samengevat in 96 ijkpunten. Wanneer je een van de richtlijnen niet haalt krijg je geen logo en ga je niet door voor de koelkast. Terwijl het in sommige gevallen simpelweg niet rendabel te maken is om te voldoen aan álle richtlijnen, en me dunkt dat geld een rol mág spelen in de aanloop naar een nieuwe website.

Het jammerlijke aan deze situatie is dat veel partijen daarom in een vroeg stadium van het project toegankelijkheid laten vallen, wat voor veel ontwikkelaars een vrijbrief is om uberhaupt geen rekening meer te houden met toegankelijkheid. Ik heb liever alle sites in Nederland voor 80% toegankelijk, dan de huidige 30 sites die voldoen aan 100% van de webrichtlijnen. Begrijp me goed, ik geloof in de webrichtlijnen, maar een campagne om van 80% naar 100% te komen is gemakkelijker dan van 0% tot 100% te komen. De 80/20 regel is immers absoluut van toepassing op de webrichtlijnen.

Pragmatisme ontbreekt

Dat is eigenlijk precies waar de webrichtlijnen de plank mis slaan. Door zo strict om te gaan met de richtlijnen raken ontwikkelaars, site-eigenaren en andere betrokkenen gedemotiveerd, en krijgen de webrichtlijnen, het Waarmerk Drempelvrij-initiatief en toegankelijkheid in algemene zin een slecht imago. Ten onrechte, want toegankelijk heeft meer vóór- dan nadelen, en wanneer je pragmatisch om kunt gaan met toegankelijkheid – doordat je bijvoorbeeld niet voor de overheid ontwikkelt, maar simpelweg een verstandige klant tegenover je hebt, vervallen de nadelen zelfs volledig. Het zou dan ook prettiger werken als er een soort van aanmoedigingsprijs te verdienen is, zoals bij Drempelvrij (gelijk aan Prio 1 van WCAG 1) wel het geval is. Daar heb je bij 12 van de 16 ijkpunten ook recht op een logo, weliswaar in oranje met daaronder “12/16”, maar het geeft in ieder geval aan dat je goed op weg bent.

Neem bijvoorbeeld het toegankelijk maken van video. Deze richtlijn is opgenomen in prio 1 van de internationale WCAG 1 standaard, en daarmee onderdeel van het Waarmerk Drempelvrij. Het is daarmee op het laagste niveau van toegankelijkheid een verplichting, die echter behoorlijk veel voeten in de aarde heeft. Video moet zijn voorzien van een losse audiodescriptie en natuurlijk ondertiteling. Hoewel het niet complex is video te voorzien van ondertiteling vereist het wel specifieke software en enige kennis. Kennis die niet op iedere webredactie zomaar voorhanden is. Omdat veel bedrijven dit niet binnen de eigen muren kunnen realiseren, wordt het vaak uitbesteed. De bedrijven die deze diensten leveren weten echter behoorlijk goed wat ze hier voor moeten rekenen, dus zeker voor kleinere organisaties hebben dit soort eisen veel impact.

Beter zou zijn om op basis van statistieken te kijken welke pagina’s veel worden bezocht, hoe deze informatie zich verhoudt tot de pagina’s die je graag veel bezocht zou zien en je in eerste instantie te concentreren op deze content (er vanuit gaande dat je algemene templates al correct zijn opgebouwd natuurlijk). Het principe van laaghangend fruit zou bijzonder goed zijn voor toegankelijkheid, en kan mensen eenvoudig over de drempel helpen. Toegankelijkheid wordt drempelvrij, zeg maar (sorry).

Geen meerwaarde

Bovendien wordt voornamelijk gestuurd op de verplichting (al was het maar louter gevoelsmatig), en absoluut niet op de meerwaarde van toegankelijk. De business value zogezegd. What’s in it for you? Ik stel onze klanten, en mijn projectmanagers altijd met veel plezier dezelfde twee vragen. Vraag 1; zijn er wensen of eisen met betrekking tot toegankelijkheid? Doorgaans is het antwoord daarop nee. Vraag 2 is dan; wil je gevonden worden in zoekmachines? Dat wordt dan meestal afgedaan als retorische vraag, hoewel het in verregaande mate dezelfde vraag is. Met blijkbaar een geheel andere perceptie. Het ene gaat over regeltjes die verplicht zijn, de andere gaat ook over regeltjes maar betekent extra euro’s of in ieder geval minder kosten op de lange termijn. Dat is een interessant gegeven. Waarom zijn mensen wel geïnteresseerd in meer bezoekers, maar niet geïnteresseerd in meer bezoekers? Toegankelijkheid en zoekmachinevriendelijkheid liggen immers dicht bij elkaar. Het gaat beide over de vindbaarheid van informatie, over structuur van de informatie en de gelaagdheid van je website. Je zou kunnen zeggen dat als je rekening houdt met zoekmachines je voor een groot deel al voldoet aan de eisen voor toegankelijkheid.

Root management

In veel van de projecten waar ik aan heb meegewerkt is zowel toegankelijkheid en zoekmachine-optimalisatie een tussenstation wat door budgetten, deadlines en stuurgroepen vaak voorbij wordt gedenderd om op het wensenlijstje te belanden voor ‘later als de website groot is’. Ik ben door Microsoft ingehuurd om dit soort problemen voor hen op te pakken en in ieder project hoog op de agenda te houden. De eerlijkheid gebiedt te zeggen dat dat zeker niet altijd eenvoudig gaat, maar met de juiste argumenten hebben we grote stappen mogen maken.

Wat ik hierdoor ook heb ontdekt is dat het probleem vaak in generieke problemen schuilt, bijvoorbeeld een backend-systeem dat incorrecte templates genereert, of een text editor die verouderde code uitschrijft ondanks juiste invoer. Bij Microsoft speelt ook mee dat veel sites dezelfde ‘verouderde’ templates gebruiken waarmee de toestand van alle sites soms slechter lijkt dan het feitelijk is. Ik probeer dus zoveel mogelijk generieke problemen aan te pakken om met minimale inzet maximaal effect te bereiken. Deze generieke problemen komen niet alleen bij Microsoft voor, maar ongetwijfeld ook in jouw projecten. Een CMS met een editor die niet conform webrichtlijnen output kan genereren, of veelgebruikte Javascript-plugins die aan de haal gaan met de code van tientallen sites die jij of jullie voor klanten ontwikkelen waardoor de gelaagdheid van je pagina verloren gaat. Door dergelijke problematiek bij de wortels aan te pakken kun je met enkele aanpassingen een veel grotere kwaliteit waarborgen in al je projecten. En daarmee kun je impact hebben op bezoekersaantallen, campagnesuccessen en uiteraard ook het ontsluiten en delen van jouw boodschap. Sounds like good business, right?

Toekomstmuziek

Vorige week, op 23 juni is versie 2 van de webrichtlijnen aangenomen als officiële overheidsstandaard. Wat betekent dit? De nieuwe versie is in basis al een stuk pragmatischer, en afgestemd op moderne technieken zoals HTML5 en CSS3. Webrichtlijnen 2 is gebaseerd op de internationaal vastgestelde WCAG2 standaard, welke integraal is opgenomen in de nieuwe webrichtlijnen. WCAG2 is samengesteld op basis van 4 principes: Waarneembaar, Bedienbaar, Begrijpelijk en Robuust. Webrichtlijnen 2 voegt hier nog één extra principe aan toe; Universeel. In deze 5 principes worden beter dan in versie 1 handvatten geboden om je site toegankelijk te maken, en zijn sommige ijkpunten weliswaar minder open voor interpretatie, maar leiden er wel meer wegen naar Rome bij het vinden van een oplossing.

Webrichtlijnen 2 is de nieuwe standaard, maar onduidelijk is nog hoe dit zich gaat verhouden tot wetgeving. Vermoedelijk zal ‘Webrichtlijnen 2, level AA’ het verplichte niveau zijn voor overheidsinstaties, waarbij er nog een overgangsfase van enkele jaren zal zijn van WR1 naar WR2. Waar ik vooral benieuwd naar ben is of het ‘Alles of niets’-principe gehandhaafd blijft, of dat er ruimte is voor meer aanmoediging op weg naar een toegankelijke site. Ik ben er van overtuigd dat wanneer het logo van de webrichtlijnen echt een kwaliteitsaanduiding is, met verschillende gradaties en aanmoedigingsvarianten, waarbij je kunt aangeven hoe ver jij als organisatie bent met toegankelijkheid dat voor veel van deze partijen makkelijker is te handhaven dan de huidige opzet. Ook wordt men niet langer teleurgesteld wanneer er veel tijd en geld is geinvesteerd in de toegankelijkheid van een website waarbij uiteindelijk enkele onderdelen niet voldoen en daarmee het logo niet wordt gehaald. Natuurlijk is er dan nog steeds een toegankelijkere site dan gemiddeld opgeleverd, maar gevoelsmatig is het werk voor niets geweest.

Die consequente deceptie zorgt voor een negatief imago van de webrichtlijnen en het waarmerk Drempelvrij, wat enorm afleidt van de kracht van deze principes. Tijd voor een ommezwaai, geliefd Den Haag. Het moment is daar voor pragmatisme dat hoort bij deze tijd, voor een helpende hand in plaats van een wijzend vingertje. Tijd voor een toegankelijker internet.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *