De evolutietheorie van toegankelijkheid

6 oktober 2014

De druk op overheidsorganisaties neemt toe op de weg naar 1 januari 2015, dus krijg ik steeds vaker de mail van een gemeentelijke beleidsmaker met de vraag: ‘Wat gebeurt er als we op 1 januari 2015 niet voldoen aan de richtlijnen voor toegankelijkheid?’. Die vraag gaat mij aan het hart, enerzijds omdat het complete antwoord nog niet bekend is, maar vooral omdat die vraag de zwakke plek van toegankelijkheid raakt. Het begrip toegankelijkheid (danwel Webrichtlijnen) begint te verzwakken, er is een zweem van onduidelijkheid rond het onderwerp, en het is meer en meer een niche-onderwerp aan het worden, doordat mensen zich afkeren of zich er in ieder geval minder om bekommeren. Hoog tijd dus, voor een volgende fase van toegankelijkheid. Het moet over zijn met het pubergedrag dat toegankelijkheid omringt. Toegankelijkheid is net zo volwassen als gebruiksvriendelijkheid en vindbaarheid, en zo moeten we het behandelen. Het is tijd voor de volgende stap in de natuurlijke evolutie van toegankelijkheid.

denken in kleine stappen is cruciaal voor het voortbestaan van onze soort

Voor ik begin:  eerst nog even het enige juiste antwoord op die vraag: in potentie sluit je gebruikers uit van jouw online dienstverlening, wat kan zorgen voor enerzijds extra kosten, en anderzijds frustraties bij jouw gebruikers. Dat zou voldoende reden moeten zijn om jouw website op 1 januari – en het liefst gisteren nog – op orde te hebben. Dat blijkt overigens – heel gek – vaak niet helemaal het antwoord dat men zoekt. Men wil vooral weten of er sancties volgen, of er koppen kunnen rollen, en het antwoord daarop kan ik helaas niet goed geven. In de eerste plaats omdat het niet aan mij is om het betreffende antwoord te geven, maar ook; ik wéét het ook echt niet. Mijn persoonlijke inschatting is dat er op korte termijn geen sancties volgen in de vorm van boetes of straffen, maar er zijn een aantal processen gaande die wel voor andere gevolgen kunnen zorgen. back to you, evolutie.

De evolutietheorie van toegankelijkheid

Ik ben – soms zijdelings, soms direct – betrokken bij een groot gedeelte van onderstaande initiatieven. Ik ben dus niet geheel onbevooroordeeld, maar ook niet persé louter enthousiast. Er zijn veel mooie initiatieven opgezet om toegankelijkheid te bevorderen, er zijn veel stemmen, maar de uitdaging is natuurlijk zoals altijd de onderlinge samenhang, en de concreetheid van de oplossingen. In de praktijk staat toegankelijkheid daardoor als begrip consequent met 3-0 achter. De markt roepen dat het allemaal heel eenvoudig is, maar organisaties voelen addertjes. Specialisten zeggen dat toegankelijkheid geen extra geld hoeft te kosten, terwijl de bureau’s die ik regelmatig spreek een factor 1.25 op hun offertes loslaten. Zoals Alexander Fase het recentelijk treffend verwoordde: ‘Dat we een man op de maan kunnen zetten, betekent nog niet dat het eenvoudig is om te doen, of dat we nu iedereen op de maan kunnen zetten, en dat kunnen we ook niet vragen van iedereen’. En het mocht dan wel een small step voor Neil zijn geweest, de reis er naartoe was dat niet.

In de eerste plaats ben ik al enige tijd van mening, en dat blijf ik ook, dat WCAG noch Webrichtlijnen zaligmakend zijn. Er zijn voorbeelden van sites met het waarmerk die zeker niet zo toegankelijk zijn als het waarmerk doet vermoeden, en er zijn talloze voorbeelden van op-papier-ontoegankelijke-websites waarbij 99.9999% van de gebruikers geen enkele drempel ervaren. Het primaire probleem ligtin mijn beleving dan ook dieper; veel mensen hebben geen idee waar toegankelijkheid écht om draait. Dat komt onder andere door het beleid, wat onvoldoende helder en transparant is de afgelopen jaren. Dat heeft in mijn beleving vooral te maken met bezuinigingen, een gebrek aan samenwerking, en een gebrek aan tijd.

Het toepassingskader heeft bijvoorbeeld een zeer beperkt deel van de markt bereikt, terwijl de insteek is geweest drempels voor iedere verantwoordelijke te verlagen binnen de overheid. Dat lijkt ook te werken, afgaande op de reacties van de partijen die er wel mee werken. Het is alleen onvoldoende gedeeld vanuit de overheid (redenen: tijd en budget), en experts zijn er ook onvoldoende mee de boer op gegaan (redenen: te soft, niet volledig) terwijl het juist bij de eerste stapjes van veel organisaties kan helpen.

Daarnaast is er ook veel te wijten aan die verantwoordelijke mensen binnen overheidsorganisaties; ze voelen zich niet aangesproken, maar zijn dat feitelijk wel. Redactieleden wijzen naar de webmaster en vice versa. Experts wijzen naar leveranciers en de overheid. De Rijksoverheid wijst naar de lagere overheden. Leveranciers wijzen naar redactieleden. Het is bijna een wonder dat er nog sites live worden gezet met al dat gevingerwijs. Terwijl juist mét elkaar moet worden bepaald waar we grenzen leggen, wat we kunnen, willen en moeten met elkaar, wat we daarin wérkbaar vinden, wat beter móet en wat echt niet kan.

Gewoon Toegankelijk

Op 1 september werd Gewoon Toegankelijk gelanceerd. Gewoon Toegankelijk is een samenwerkingsverband tussen KING, het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties (BZK) en uitvoeringsorganisatie Logius, bedoeld om overheidsorganisaties en geïnteresseerden te ondersteunen bij het effectief verbeteren van de toegankelijkheid en kwaliteit van hun digitale dienstverlening.

Het platform Gewoon Toegankelijk bestaat uit 4 componenten, welke worden ondersteund door een campagne. De campagne bestaat uit:

  • Het toepassingskader (BZK)— Het regime pas toe of leg uit is voor alle overheden uitgewerkt in het toepassingskader voor de Webrichtlijnen versie 2. Hiermee kunnen overheden beoordelen welke redenen zwaarwegend zijn om specifieke Webrichtlijnen niet toe te passen. Het beschrijft daarnaast de ongeldige redenen voor niet-toepassing en geeft inzicht in de complexe toepassingen en de complexe content waarvoor de Webrichtlijnen (nog) niet (kunnen) gelden.
  • Een rapportagetool (KING)— een geautomatiseerde scan op minimaal 9 succescriteria (van de 38 succescriteria) in WCAG 2.0 niveau AA. Door te testen krijgt u als overheidsorganisatie een indicatie van de toegankelijkheid van uw websites. De monitor geeft suggesties om de toegankelijkheid te verbeteren op basis van het toepassingskader.
  • Een Toegankelijkheidsverklaring (Logius) — Over de toepassing van de webrichtlijnen leggen de overheden zelf verantwoording af in hun jaarverslag. In de kamerbrief over de webrichtlijnen van november 2012 is daarnaast aangegeven dat overheden op hun websites een verklaring over de toegankelijkheid moeten opnemen. Daarvoor is een model ontwikkeld waarmee op goede wijze verantwoording kan worden afgelegd.
  • De toegankelijkheidsasssistent (CK Source) — deze functionaliteit is te gebruiken als plugin in CK Editor, de ‘schrijfmachine’ in CMS-systemen, en helpt redacteuren bij het juist opmaken van content voor websites. Wanneer redacteuren content invoeren die niet voldoet aan WCAG 2.0 geeft de toegankelijkheidsassistent aan waar het misgaat en geeft het suggesties voor verbeteringen.

Het toepassingskader vormt de basis voor de feedback bij de rapportagetool. Bij het verklaringsmodel kan op basis van het toepassingskader worden uitgelegd waarom aan bepaalde criteria niet wordt voldaan, en in de toegankelijkheidsassistent wordt inhoud uit het toepassingskader getoond ter verduidelijking van de gewenste werkwijze tijdens het invoeren van content. Het verklaringsmodel maakt tenslotte gebruik van informatie uit de rapportages om informatie vooraf in te vullen.

Gedurende de campagne is er een team van experts beschikbaar gesteld via KING die middels Webinars en een tijdelijke helpdesk ondersteuning kunnen bieden aan alle overheidsorganisaties. Dit zijn Iacobien Riezebosch, Bram Duvigneau, Martijn Houtepen en ondergetekende.

Het aantonen van toegankelijkheid

Op 1 januari moet worden aangetoond in welke mate de digitale dienstverlening van een organisatie voldoet aan toegankelijkheidseisen. Het komt wellicht een beetje als een schok, maar het Waarmerk Drempelvrij – also known as het groene mannetje – is nooit een verplichting geweest. Het laten uitvoeren van een inspectie is niet verplicht, en het logo met 3 sterren op de website hebben staan eveneens niet. Er zijn verschillende manieren waarop je kunt aantonen dat jouw website is gebouwd conform de Webrichtlijnen, waarvan het inspectierapport er één is. Met de komst van Gewoon Toegankelijk is er een cirkel rond gemaakt, en bestaan er een 3 opties.

Inspectierapport Waarmerk Drempelvrij

Een inspectierapport kan op dit moment nog bij twee instanties worden aangevraagd. Waarom zou je dit wel of niet doen?

  • Nadelen:
    • Het is een momentopname. Als de website vandaag wordt geïnspecteerd, en vandaag wordt goedgekeurd, kan de website morgen na het toevoegen van enkele pagina’s en een aantal bestanden niet langer voldoen. In de praktijk worden ontoegankelijke zaken nu bijvoorbeeld soms offline gehaald voorafgaand aan de toetsing, en na het behalen van een logo weer online geplaatst. Inventief, maar wel een beetje raar. Dit kan en mag niet de bedoeling zijn van toegankelijkheid.
    • Een toetsing is vrij kostbaar, en een jaarlijks terugkerende kostenpost. Voor een momentopname kan de investering erg hoog zijn, zeker wanneer je regelmatig nieuwe content hebt en behoefte hebt aan zekerheid. Toetsingen zijn vooral duur omdat Stichting Waarmerk Drempelvrij ook rekent voor het ‘groene mannetje’, je kunt Accessibility ook toetsingen laten doen zonder groen mannetje, en dan is het aanzienlijk goedkoper!
  • Voordelen:
    • Zij zijn al jaren dé specialisten. Je kunt er vanuit gaan dat de inspectie klopt met de werkelijkheid, en je kunt er vanuit gaan dat je website toekomstbestendig en kwalitatief in orde is na goedkeuring. Zie het als een APK-keuring van je auto; het is best een goed gevoel te weten dat je auto er weer even tegen kan!
    • Het waarmerk Drempelvrij is een van de afdoende methodes om verantwoording af te dragen over de toegankelijkheid van de digitale dienstverlening.

Je kunt contact opnemen met Centric (Maaike Triemstra, 030 608 83 40) of Stichting Accessibility (Ron Beenen, 030 239 8270) voor het aanvragen van een inspectierapport.

Toegankelijkheidsverklaring

De toegankelijkheidsverklaring is een digitale invuloefening die leidt tot een verantwoording naar jouw bezoekers. Aan de hand van een stappenplan waarin je de scope, de resultaten en de uitzonderingen op een rijtje zet, volgens een vast format, kom je tot een document dat je kunt uitsluiten via de website. Bij voorkeur komen alle verklaringen op www.domeinnaam.nl/toegankelijkheid. De toegankelijkheidsverklaring wordt beschikbaar via Gewoon Toegankelijk, maar kan tot die tijd worden gebruikt via www.toegankelijkheidsverklaring.nl.

Belangrijk: Deze verklaring is geen afdoende methode om je toegankelijkheid te verklaren. Het is een belangrijke aanvulling op de concrete resultaten uit bijvoorbeeld een inspectie.

Zelfverklaring

Ook is het mogelijk om als organisatie zelf een verklaring op te stellen over de mate van toegankelijkheid. Om de kwaliteit van de verantwoording te waarborgen zijn er wel eisen gesteld aan een dergelijke verklaring, op basis van NEN-normen voor conformiteitinspectie en product certificering. Dit is eenvoudiger dan het klinkt, maar ook weer niet mogelijk zonder goede inhoudelijke kennis van toegankelijkheidsrichtlijnen.

  • Nadelen:
    • Geloofwaardigheid —  De slager kan zijn eigen vlees niet keuren, ondanks dat het wellicht met de beste bedoelingen wordt gedaan.
    • Kennis — Het vereist specialistische kennis, die moeilijk te borgen is in alle overheidsorganisaties.
  • Voordelen:
    • Kosten— Het bespaart je de relatief hoge kosten van een officiële toetsing.

Persoonlijke noot: Ik vind persoonlijk dat op deze zelfverklaring een heel goed alternatief mogelijk is. Namelijk; huur een professional in en laat hem of haar een scan doen, en publiceer zijn of haar bevindingen. Denk aan mensen als Iacobien RiezeboschBram DuvigneauJules ErnstJaap van de Putte of natuurlijk de helden van Staat van het Web, wat overigens maar een greep uit de poule van experts is. Ook Accessibility kan dergelijke toetsingen uitvoeren, of begeleiden bij de zelfverklaring. Voldoende keus, ongetwijfeld iets goedkoper dan de inspectieinstellingen, maar vooral een pragmatische aanpak.

WEG

Een gemis is het wegvallen van de primaire leden van de Normcommissie Webrichtlijnen. Deze commissie is onderdeel van Stichting Waarmerk Drempelvrij, en bestond tot de zomer van 2013 uit vooral vakspecialisten en ervaringsdeskundigen. Door een intern geschil zijn een groot van de commissieleden toen opgestapt, en op dit moment bestaat – voor zover ik weet – de normcommissie uit bestuursleden van Drempelvrij en de inspectie-instellingen. Dat lijkt me geen gezonde samenstelling.

Gelukkig heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken de handschoen opgepakt, en wordt de WEG samengesteld. WEG staat voor Webrichtlijnen Expert Groep, en zal uit een grote poule van specialisten bestaan, die steeds in andere, maar voorál relevante en optimale samenstelling vragen en cases uit het werkveld zullen bespreken en beantwoorden. De rol en het voortbestaan van de normcommissie zoals die thans bestaat is mij verder niet bekend, maar ik kan me voorstellen dat die eveneens zal blijven bestaan. Mijn persoonlijk advies zou zijn je bij vragen te richten tot de WEG. Voorlopig contactpersoon hiervoor is Alexander Fase van Logius (070 4266060).

Conclusie: Momentum in kleine stappen

We krijgen niet veel kansen meer om het onderwerp Toegankelijkheid onder de aandacht te brengen; de rek is er wel zo’n beetje uit. Denken in kleine stappen is cruciaal voor het voortbestaan van onze soort, omdat dat momentum kan creëeren en in stand kan houden. Als we de stappen te groot maken, haakt men al bij voorbaat af, dan verhogen we drempels juist. Het is mijn hoop dat Gewoon Toegankelijk een eenduidige lijn der verwachting uitzet met behapbare stappen, niet alleen voor Q4 van 2014, maar óók daarna. Ik heb daar zelf invloed op, omdat ik verantwoordelijk ben voor de ondersteuning van de campagne, samen met Iacobien Riezebosch, Bram Duvigneau, Martijn Houtepen, Alexander Fase en Raph de Rooij. Ik hoop – en heb daar een goed gevoel bij! – op een mooi Q4 waarin we de losse eindjes aan elkaar kunnen verbinden, en een grote slag kunnen slaan als het gaat om awareness, helderheid en concrete resultaten in de vorm van meer, beter toegankelijke en mooie overheidswebsites. Daarna hebben we de andere experts in Nederland nodig om het momentum te behouden en de sneeuwbal te vergroten, met name gericht op awareness. Want als men inziet wat het oplevert voor de eigen organisatie, voor de gebruikers en hoe zeer het eigenlijk allemaal wel meevalt met die complexiteit zolang je het opdeelt in kleine stappen, dan valt het kwartje vanzelf.

Als we echter met elkaar blijven doen wat al 10 jaar wordt gedaan, dan blijven de resultaten hetzelfde als de afgelopen 10 jaar. We moeten een nieuwe richting inslaan om een nieuwe richting van organisaties te verwachten. En dan, als alle overheidssites in Nederland voor 80% voldoen, dan kunnen we met elkaar opnieuw kijken hoe we die laatste 20% ook gedaan krijgen. En iedereen weet; de laatste 400 meter van de Mount Everest beklimmen is net zo heftig als de andere 8448 meter. Maar na 8400 weter wil je het wel afmaken. Laten we dat gebruik van maken.

  1. Ik snap het nadeel van “momentopname” van een webrichtlijnen inspectie niet zo goed. Nou ja, ik snap je argumenten wel, maar ik snap niet goed dat dit anno 2014 nog een issue moet zijn.

    Moedwillig de inspectie gamen door niet valideren content van de site af te halen en daarna terug te plaatsen levert wat mij betreft een directe diskwalificatie op. Laat de inspectie instantie dan een paar weken nog maar even onaangekondigd kijken of het weer mis is.

    Maar hoe kan het zijn dat je in een CMS nog steeds niet validerende content kunt toevoegen? Dan is het systeem toch gewoon niet goed ingericht? Ik vind dat dit een punt is dat je leveranciers van het CMS direct aan kunt rekenen. De webrichtlijnen zijn al jaren bekend, lever dan een systeem waarin de redacteur het gewoon niet fout kan doen.

    1. Hee Frank,

      Vanuit persoonlijk perspectief ben ik het vol-le-dig met je eens. Ik vind; als je besluit een dag voor de toetsing de ontoegankelijke content te verwijderen om het twee dagen later weer terug te kunnen zetten, dan doe je gewoon niet meer mee. In het leven niet. Want inderdaad, dan snap je het niet.

      Ik zou het liefst hebben dat de inspectieinstellingen uberhaupt onaangekondigde hertoetsingen doen, maar het is allemaal een geldkwestie in dat opzicht. Daardoor hebben we met Gewoon Toegankelijk nu ingestoken op een continue proces van borging, onaangekondigd en zonder scope-bepaling: gewoon een helder beeld over hoe de vlag erbij hangt.

      Je andere suggestie, om CMS-systemen zo in te richten dat er geen fouten kúnnen worden gemaakt, is iets dat ik ook opperde toen we met de toegankelijkheidsassistent aan de slag gingen. Het meest gehoorde argument hiertegen is dat we medewerkers niet moeten behandelen als klein kind. Eens natuurlijk, mits zij zich ook niet gedragen als een klein kind, maar dat heb ik niet gezegd ;-)

      Per saldo zou ik willen stellen: liever fouten maken, corrigeren en uitleggen waarom dan redactieleden ‘dom’ houden en ze steeds beperken. Dat ontneemt hen ook het plezier in hun werk, en ze worden er geen steek beter van :)

      1. Een volledig opgetuigde WYSIWYG editor heeft toch niks te maken met iemand serieus nemen? Een tekstveld is een bedrijfsmiddel en dat moet je veilig inrichten, net zoals een steiger of een heftruck.

        Wij hebben een redactieomgeving in het CMS waar vrijwel niks fout kan gaan. Dat heeft echt niks te maken met dom houden of beperken. Integendeel! Juist door het aanbieden van de juiste tools worden de redacteuren bevrijdt van ‘handwerk’ en kunnen ze zich volledig richten op waar ze goed in zijn: de best mogelijke, meest begrijpelijke en consistente teksten schrijven.

        Je goed en begrijpelijk uitdrukken doe je niet freubelen met HTML, maar door goed te schrijven.

      2. Helemaal eens, daar geloof ik ook meer in. Zo ingewikkeld is het namelijk ook allemaal niet, maar er zijn maar weinig partijen met aandacht voor de UI aan de achterkant ;-)

  2. Interessant artikel, Jeroen!

    Gister kwam ik dit artikel tegen: http://alistapart.com/article/training-the-cms

    Eigenlijk gaat dit over het punt waar Lisa Welchman over spreekt wanneer ze het over standaarden heeft in relatie tot webgovernance. Het gaat erom hoe je ervoor zorgt dat standaarden worden toegepast.. Geen document diep in een intranet, geen aan elkaar geclipt stapeltje papieren maar in de context waar die standaard van toepassing is.

    In het geval van webrichtlijnen en CMS dus behulpzame informatie in de editor.

    1. Eens, dat is ook zeker de insteek. De editor maakt gebruik van technieken uit Quail, en geeft feedback afkomstig uit het toepassingskader, zoveel mogelijk toegespitst op de situatie.

      Mocht je concrete ideëen hebben bij wat nodig is, laat het me weten, we sturen graag op een zo goed mogelijk en werkbaar resultaat!

      1. Ik heb de laatste tijd veel nagedacht over Quail in CKeditor, maar hoe goed het ook is, voor ons zal dat weinig toevoegen. Ik geloof zeer in ‘testen en feedback as you go’, zoals Wiep ook zegt, maar in onze CMS back-end gaat Quail weinig toevoegen. Domweg omdat het eigenlijk al niet fout kan gaan.

        Als wij het kunnen, dan is Quail in de editor dus eigenlijk een pleister op een niet goed ingerichte CMS back-end.

        Dit staat dus even los van de kwaliteit van Quail om op enig moment in het proces (zoals in Gewoon Toegankelijk) de toegankelijkheid te toetsen.

        Kortom, een toegankelijke ervaring voor de klant begint bij een goed ingerichte omgeving voor de redacteur en ik ben het helemaal met jullie eens, daar wordt nog veel te weinig aan gewerkt. Sterker nog, zelfs bij ons valt er nog heel veel te verbeteren.

      2. Snap ik. Maar weet dat we het vooral doen voor de decentrale redactieorganisaties, waar Tineke 4 x per jaar een nieuwsbericht plaatst wat toevallig groots wordt opgepakt, met steeds opnieuw dezelfde fouten.

        KING is niet zoals jij en Wiep bezig met de beste jongetjes van de klas, maar met de grote gemene deler natuurlijk :) En niemand verplicht welke organisatie dan ook om onze tools te gebruiken. Het enige is dat organisaties straks niet meer kunnen roepen dat ze het niet voor elkaar krijgen :)

      3. Helemaal mee eens en daarvoor ook nuttig en noodzakelijk.
        Misschien kunnen we daarnaast allemaal samen proberen duidelijk te gaan maken dat je web(content) aan professionals moet overlaten, net zoals je ruimtelijke plannen of verordeningen door professionals laat opstellen. Ik gun iedere Tineke een professional in haar organisatie die het voor haar gewoon goed doet :-)

Ook een mening? Deel 'm vooral, juist nu!

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *

Jeroen Hulscher

Freelance front-end developer

liefhebber van oude auto’s, boekenwurm en endorfinejunk

06 42 12 64 78